"Vloek van de winnaar"

zeitgeistgedachtegang

In onze economie maken we vaak een afweging tussen prijs en kwaliteit, waarbij de prijs meestal de doorslag geeft. Daardoor is de uitkomst vaak iets wat maar net goed genoeg is voor het doel. Zo komen er producten op de markt die niet lang meegaan. Een bekend voorbeeld is de 1.2 PureTech-motor van autofabrikant Stellantis, die onder meer in auto's van Peugeot, Citroën en Opel zit. Bij deze motor slijt de distributieriem vaak ruim voordat de gegarandeerde 100.000 kilometer of zes jaar is bereikt, en afbrokkelende deeltjes van de riem kunnen zelfs het remsysteem beïnvloeden. In Frankrijk sloten bijna vijfduizend eigenaren zich aan bij een massaclaim.

Hetzelfde zien we bij diensten. Na jaren van uitgevallen ritten en klachten van reizigers stopt busvervoerder EBS in Flevoland eerder met zijn concessie, omdat er volgens het bedrijf onder de gemaakte afspraken geen winst te maken valt. Volgens hoogleraar vervoerseconomie Erik Verhoef ligt bij zulke aanbestedingen de nadruk sterk op kostenbesparing. Daardoor wint niet altijd de beste, maar vaak de meest optimistische bieder, met de grootste kans op tegenvallers. Economen noemen dat de "vloek van de winnaar".

Om de kosten laag te houden, worden er bovendien shortcuts genomen bij het winnen van grondstoffen, bijvoorbeeld in mijnen in Afrika waar veilige werkomstandigheden en een eerlijk inkomen niet gewaarborgd zijn. Ook wordt de productie vaak uitbesteed aan landen in bijvoorbeeld Azië, waar mensen in zogeheten sweatshops onder slechte omstandigheden en voor een minimaal loon werken. In de ergste gevallen gaat het zelfs om moderne slavernij.

En zelfs met die shortcuts komt er vaak alsnog een product op de markt dat gemaakt is om maar een paar jaar mee te gaan. Dit heet geplande productveroudering: een product dat lang meegaat, levert immers minder nieuwe aankopen op. Ook worden verbeteringen soms achter de hand gehouden, zodat een fabrikant een half jaar later weer een nieuw model kan verkopen. Voor de markt is dat efficiënt, maar technisch gezien is het verspilling van grondstoffen, energie en arbeid.

Onze economie beloont deze praktijken. Het is vooral wet- en regelgeving die bedrijven ervan weerhoudt om mens en natuur volledig uit te buiten. Maar ook dat juridische vangnet is niet waterdicht. Soms maken bedrijven bewust de afweging dat een boete of reputatieschade niet opweegt tegen de winst die ze er op de korte termijn mee kunnen behalen.

Hoe herkenbaar dit is, laat een scène uit de film "Armageddon" zien, waarin het personage Rockhound zijn medepassagiers vlak voor de lancering van hun spaceshuttle aan deze marktwerking herinnert:

You know we're sitting on four million pounds of fuel, one nuclear weapon and a thing that has 270,000 moving parts built by the lowest bidder. Makes you feel good, doesn't it?

Deze uitspraak is niet helemaal fictie. Ze is gebaseerd op een grap die al sinds de jaren '60 onder astronauten rondgaat. De vroegst bekende versie komt van astronaut Walter Schirra, maar ook Alan Shepard en John Glenn worden ermee in verband gebracht.

Wat als we producten en diensten zouden maken met de meest letterlijke vorm van economische winst? De oorspronkelijke Griekse betekenis van economie is "huishoudelijk beheer": zorgvuldig omgaan met wat we hebben. Winst betekent dan niet zoveel mogelijk verkopen, maar de maximale gebruiksefficiëntie en levensduur: producten die lang meegaan, te repareren zijn en waarvan de grondstoffen na gebruik weer terug de kringloop in gaan. Niet gebouwd door de laagste bieder, maar volgens het beste ontwerp.